Zin en onzin over voeding(swetenschap)

Geïnterviewd door HLN…
‘Wat gaan we morgen weer niet mogen eten’ over zin en onzin van voeding(swetenschap):

“Waarom draaien voedingswetenschappers toch zo vaak hun kazak?”

NA JAREN PROBIOTICA SLIKKEN, KOMEN ZE OPEENS ZEGGEN DAT ZULKS WEINIG ZIN HEEFT

Nadine van der Linden 
20 september 2018 
05u00

Vorige week was het opnieuw van dat: zitten wij als goedmenende mensen al jaren probiotica te slikken, komen voedingswetenschappers opeens zeggen dat zulks weinig zin heeft. Waarom draaien zij toch zo vaak hun kazak? Net zo goed bejubelt de ene wetenschapper kokosolie, en zet de ander het weg als vergif. Vanwaar die onenigheid? Hoe moeten wij als consument daar nog aan uit kunnen? “Het goede nieuws is: veel van die omstreden voedingsmiddelen zijn niet zo ongezond als ze worden voorgesteld.”

Curieus is het, als je daar allemaal even over nadenkt. Hoe pakweg het ontbijt dat ons drie decennia geleden nog werd aanbevolen, vandaag in ongenade is gevallen. Toen was het: een glas melk, een kom ontbijtgranen en als kroon op het werk een zonnig glaasje fruitsap. Goed bezig. Vandaag? Te veel suikers! Vandaag moet het vers fruit zijn op een bedje van havermout. En wordt het binnen 10 jaar alweer iets anders? Een mens zou argwanend worden. Daarom gingen we aankloppen bij Katia Van der Auwera, die van veel markten thuis is: natuurdiëtiste in Mol, maar ook een ingenieur voeding die 15 jaar in de voedingsindustrie werkte.

 

WAAROM IS ER ZOVEEL ONENIGHEID OVER VOEDING?

Van der Auwera zet meteen de puntjes op de i: “Je hoort weleens verzuchten ‘een mens mag niks meer eten’, alsof er over alles ruzie is, maar dat is niet zo. De onenigheid spitst zich vooral toe op bewerkte voedingsmiddelen, veel minder op onbewerkte. Er is geen discussie of een appel gezond is, of een kokosnoot. Er is wel discussie of daarom ook kokosolie gezond is, of appelsap. Wat gebeurt er immers, bij bewerkte voeding? Je haalt die appel of die kokosnoot uit zijn natuurlijke context, die op zich doorgaans perfect is: een appel is een mooi totaalpakket van voedingsstoffen, vezels… Met het sap haal je vooral de suikers eruit, je zorgt dus voor een onevenwicht. Een ander probleem kan zijn dat je voeding op een onnatuurlijke manier begint te combineren. Daarom zetten sommige wetenschappers kanttekeningen bij een smoothie met 10 soorten fruit. Dat lijkt gezond, maar de vraag is of ons lichaam wel gemaakt is om in enkele seconden zowel appelsien, druif, mango, banaan… naar binnen te krijgen. Ten slotte heb je nog de voeding die zo hard geraffineerd of veranderd is, dat ze amper nog lijkt op het basisingrediënt. Kippenwit heeft amper nog met kip te maken, salami staat al ver van rood vlees af. Dát is de voeding die omstreden is, maar er is ook heel veel onbesproken: noten, peulvruchten, paddenstoelen, groenten…”

 

WAAROM DIE WISSELENDE MODES?

Tegenwoordig serveren ze overal avocado. Een tijd geleden moesten we ons volproppen met gojibessen en quinoa. Hoezo moeten we onze keukenkasten voortdurend vullen met andere wonderproducten?

Van der Auwera: “Net zoals kleding kent ook voeding ‘modes’. Chef-koks willen verrassen en zoeken nieuwe ingrediënten, de klant volgt. Vaak gaat het daarbij om exotische producten, want die zijn makkelijk als ‘exclusief’ en ‘goed’ aan te prijzen. Je krijgt mensen minder snel enthousiast over een simpele selder. En dat is jammer, want die gewone voeding is veel goedkoper, en bevat evenveel goeds als fruit of granen die van ver komen.”

 

WAAROM IS ONS VOEDINGSPATROON ZO HARD VERANDERD?

Vroeger leefden de mensen toch ook? Toen ze brood aten en nog wat pudding als dessert? Waarom worden we vandaag dan in een andere richting geduwd?

Van der Auwera: “We hebben decennia gekend, bijvoorbeeld de jaren 60 en 70, die in het Westen helemaal in het teken stonden van ‘de vooruitgang’. Werd voeding tot dan toe vooral geproduceerd door boeren en kleinhandelaars, nam toen de industrie heel veel over. Mensen vonden dat ook wel fijn, heel modern: plastic flessen, blikjes, mooie verpakkingen… Men dacht toen ook echt dat de voedingsindustrie het beter wist, daar was ontzag voor: als zij zeiden dat er in ontbijtgranen veel vitamines zaten, dachten mensen dat het gezond was. En we geloofden in de mooie reclame rond limonade en blikvoedsel. Maar al snel toonde dat nieuwe eetpatroon zijn gevolgen: overgewicht, tandbederf, hart- en vaatziekten… Daarom zie je nu die terugkeer naar meer natuurlijke voeding. Minder uit de fabriek, meer van de boer.”

 

WAT MET VEGANISME?

De meest ingrijpende verandering in ons oude eetpatroon – gekarakteriseerd door vlees, sauzen en een warme chocomelk voor het slapengaan – moet wel het veganisme zijn.

Van der Auwera: “Mits de nodige inspanning, kan dat een goed en gezond eetpatroon zijn. Ik denk dan aan eiwitten die komen uit kikkererwten, noten, linzen… Wel moet je kritisch blijven voor de antwoorden die de voedingsindustrie biedt op speciale diëten. Je vindt nu ‘kaas zonder kaas’, plantaardige melk, maar ook producten als glutenvrij: dat is soms erg kunstmatig verkregen, geraffineerde voeding waar we nog niet altijd het fijne van weten, wegens nog relatief nieuw. Ik pleit liever voor natuurlijk voedsel.”

 

WAAROM MAKEN WETENSCHAPPERS ZOVEEL RUZIE?

Over de juiste voedselcombinaties, over de voedingsdriehoek: er zijn al pittige discussies over uitgevochten.

Van der Auwera: “Er bestaan heel wat voedingsdeskundigen, in de brede zin van het woord: academisch geschoold, maar ook selfmade. Al die mensen willen zich natuurlijk profileren, en dat gaat het best met straffe uitspraken: ‘Kokosolie is puur vergif.’ Er komt dus zeker haantjesgedrag bij kijken, zoals die in elke sector bestaat. Ga je die studies napluizen, kan je er vaak kanttekeningen bijzetten: het gaat soms om heel kleinschalige studies, of de studie gebeurde bij een groep mensen die niet representatief is, pakweg bij diabetici. Vervolgens wordt uit de bevindingen, soms door de media, één straffe zin gehaald. ‘Druiven toch niet zo gezond.’ Maar kijk je dat na, blijkt het over de aanwezigheid van pesticiden in druiven te gaan, niet over de druif zélf. Dat zijn belangrijke nuances die weleens verloren gaan, het is allemaal niet zo zwart-wit.”

 

GAAT ONS EETPATROON IN DE TOEKOMST NÓG VERANDEREN?

We eten dus veel groenten, nu. Minder suiker, minder frisdrank, enzovoort. Zijn we er dan stilaan?

Van der Auwera: “Ons eetpatroon kan zeker nog wijzigen. De wereldbevolking groeit continu en het is de vraag of onze planeet in de toekomst alle voedingsmiddelen zal kunnen blijven voortbrengen. Maar de inzichten die nu heersen – zo natuurlijk mogelijk eten – zullen allicht niet meer veranderen. Ze zijn gewoon juíst. Al wil ik even vermelden dat mensen niet paranoïde moeten worden. Ons lichaam kan heus wel tegen een stootje. We zijn in staat om te ontgiften en te herstellen. Als je voor 80% gezond eet, ben je niet slecht bezig. We mogen niet vergeten dat eten ook een psychologische activiteit is: het plezier van te koken, samen te zijn… Het mag ook weer geen boekhouden worden.”

Voedingsingenieur en natuurdiëtiste: “Het argument ‘dat smaakt mij’ mag ook wel in de discussie”

Wij vroegen over enkele ‘omstreden’ voedingsmiddelen raad aan voedingsingenieur en natuurdiëtiste Katia Van der Auwera, alsook aan Kris Verburgh, de arts die in 2013 de klassieke voedingsdriehoek door mekaar schudde met zijn ‘Voedselzandloper’. Toen al pleitte Verburgh voor minder vlees en koolhydraten. Vorig jaar werd inderdaad afgestapt van die klassieke piramide, ten voordele van groenten en fruit.

 

PROBIOTICA

Een flesje Actimel. Een Yakultje. De trend is wat over zijn hoogtepunt, maar er waren jaren dat ‘onze weerstand’ dringend diende versterkt met probiotica. En wat horen we dan vorige week? Dat het weinig nut heeft, omdat die probioticia ons lichaam verlaten bij de volgende toiletbeurt en zich dus niet nestelen in de darmen. “Maar deze studie is te kort door de bocht”, denkt Kris Verburgh. “Het is niet omdat de probiotica slechts kort in onze darmen verblijven, dat ze daar geen goede stoffen afscheiden, die positief zijn voor de flora. Veel onderzoek wijst in die richting. Ik ben niet gealarmeerd.”

KOKOSOLIE

Bakken in een klontje kokosolie: de Vlaming leerde het vooral kennen via een nieuwe generatie auteurs als Sandra Bekkari en Pascale Naessens. Maar vorige maand was daar opeens die Duitse prof die het goedje wegzette als ‘puur vergif’. Que? “Een typisch voorbeeld van wetenschappers die zich willen profileren met boude uitspraken”, zegt Kris Verburgh. Wat is het probleem? “Kokosolie bevat veel verzadigde vetten en in de klassieke visie zijn die ongezond. Intussen weten we dat het ene verzadigde vet het andere niet is. Om even technisch te worden: je hebt er met korte ketens, die goed zijn voor de gezondheid, en met lange ketens, die minder goed zijn. Kokosolie zit daar tussenin. Ik zou het niet met eetlepels tegelijk naar binnen werken, maar met mate kan het zeker en dan vooral bij het bakken en wokken.” Van der Auwera: “Kies goede kwaliteit. Als voedingsmiddelen populair worden, krijg je vaak goedkope versies, maar bij het productieproces gaat dan veel goeds verloren. Kies bij olijfolie voor extra vierge. Kies bij boter voor lekkere hoeveboter. Ook goede kokosolie heeft zijn prijs.”

FRUITSAP

Een glaasje versgeperst: voor velen onderdeel van de ochtend, maar door wetenschappers al weggezet als ‘even ongezond als cola’. Verburgh: “Typisch voorbeeld van een overdreven schrikreactie: ‘Als er suiker in zit, is het ongezond!’ Maar in vruchtensap zitten nog vele andere stoffen die gezond zijn. Ouderen die blauwbessensap kregen, verbeterden hun cognitie en hadden lagere suikerspiegels. Bij obese personen kon blauwbessensap de insulinegevoeligheid verbeteren. Ondanks de suiker. Een andere studie vond dat granaatappelsap het dichtslibben van de bloedvaten vertraagde.” En die suikers dan? “Die zijn er. Een ontbijt waarbij je én fruitsap én een boterham met choco en dan nog een muffin eet: da’s te veel. Maar fruitsap wegzetten als cola is fout, je moet het kind niet met het badwater weggieten. Waarbij ik even wil opmerken: veel van die ‘omstreden’ voeding is niet zo ongezond als voorgesteld. Het feit dat er controverse is, toont immers dat het niet zwart-wit is. Over een vettige chocoladekoek zal géén discussie zijn: er valt dan immers weinig te verdedigen.”

VETVRIJ (EN ANDERE MODES)

We zijn er minder tuk op dan de Amerikanen, maar ook hier is het verkrijgbaar: vetvrije yoghurt of charcuterie. En zo zijn er nog andere modes overgewaaid uit Amerika: ‘frozen yoghurt’ als alternatief voor ijsroom of voeding waaraan vezels worden toegevoegd. Van der Auwera: “De ‘vetfobie’ is er gekomen toen artsen volop hartoperaties begonnen uit te voeren en zagen dat er bij een infarct vet in de aders zat. De aanval op vet was goedbedoeld, maar intussen weten we beter: we hebben goede vetten nodig. Uit vette vis maar zeker ook plantaardige bronnen: noten, zaden, pitten, avocado, olijf… Van vetvrij ben ik geen voorstander, omdat het bewerkte voeding is. Wat je begint te veranderen, raffineren, verhitten… verliest doorgaans aan waarde.”

VLEES

Ooit was vlees krácht. Nu? Van der Auwera: “Ik denk dat we op een goed punt zijn aanbeland. De meeste mensen bannen het vlees niet, maar eten het wel minder dan vroeger, en met meer aandacht voor afkomst en kwaliteit.” En ja, vlees mag. “In onze contreien is ons mechanisme al generaties lang op vlees afgestemd. Je bent letterlijk wat je eet, alsook wat je moeder en je grootouders aten: je verteringsstelsel wordt daarnaar gevormd. Waarmee ik niet wil zeggen dat vegetariërs ongelijk hebben, maar de doorsnee Vlaming kan uit matig vleesverbruik veel goede voedingsstoffen halen. Let wel: er is een groot verschil tussen blokjes salami en vers vlees. Het is een goede zaak dat charcuterie in de nieuwe voedingsdriehoek apart werd gezet.”

MELK

“Melk is goed voor elk”: jarenlang dé slogan. Nu? Je struikelt in de supermarkt over ‘gezondere’ alternatieven als rijstmelk. Kris Verburgh: “Melk is een voedselproduct dat een grote lobby achter zich heeft. In sommige landen beveelt de overheid drie glazen per dag aan. Intussen hebben sommige erg gereputeerde artsen van Harvard, ernstige bedenkingen hierbij. De mens is namelijk het enige zoogdier dat melk van een ander zoogdier drinkt: melk is bedoeld om kalveren snel te laten groeien. Maar activatie van groeischakelaars in het lichaam kan veroudering versnellen en misschien op lange termijn het risico op kanker verhogen, zoals prostaatkanker. Wellicht dat melk, net zoals rood vlees, één van de laatste heilige huisjes is die in elkaar zullen storten. Maar dat zal nog vele jaren duren.”

BROOD

“Brood, daar zit wat in.” En van korstjes kreeg je borstjes. Nu zijn er fervente tegenstanders. Kris Verburgh: “Het hangt allemaal van hoeveelheden af. Het westerse eetpatroon heeft de voorbije decennia inderdaad te veel focus gelegd op zetmeelproducten: aardappelen, rijst, brood, pasta… waren altijd de basis. Je kan beter meer groenten, peulvruchten of paddenstoelen eten. We zien bijvoorbeeld, bij mensen met diabetes type II, dat ze die diabetes kunnen omkeren door minder zetmeelproducten te eten. Ook mensen die willen afvallen, boeken vaak goede resultaten met minder zetmeel. Maar mag je nu als gezonde mens geen boterham meer eten? Tuurlijk wel. Als je geen klachten hebt, moet je ook niet eindeloos aan je voedingspatroon sleutelen. En het argument ‘dat smaakt mij’ mag ook wel in de discussie behouden blijven.”

 

 

Lees hier het artikel op de website van Het Laatste Nieuws

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *